Om de overgang naar schoon en emissieloos bouwen in Nederland te laten slagen en waar mogelijk te versnellen, hebben zo’n 45 overheden, marktpartijen en branche- en kennisorganisaties afgelopen maandag 30 oktober het convenant ‘Schoon en Emissieloos Bouwen’ (SEB) geratificeerd.
Het akkoord is van goedkeurende handtekeningen voorzien door vertegenwoordigers van onder meer de ministeries van Binnenlandse Zaken, Defensie, Economische Zaken en Klimaat, Infrastructuur en Waterstaat, en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, het Interprovinciaal Overleg (IPO), diverse gemeenten, Transport en Logistiek Nederland, Rijksvastgoedbedrijf, Rijkswaterstaat, Aannemersfederatie Nederland Bouw en Infra (AFNL), VERAS, Betonhuis én Bouwen met Staal.
Met de ondertekening bevestigen en onderstrepen de participanten dat ze staan voor de grootschalige inzet van schoon (of in elk geval schoner) materieel binnen de Nederlandse bouw- en infrasector. Hiervoor gaan ze zich collectief inspannen, volgens SEB-routekaart. De routekaart beschrijft de strategie en acties die nodig zijn om per 2030 de emissies door het gebruik van voertuigen, vaartuigen en werktuigen in de sector effectief te hebben gereduceerd.
Convenant en routekaart maken deel uit van een breed instrumentarium binnen het SEB-programma. SEB beschikt ook over een kennisbank, middelen voor aanbestedende rijksdiensten én informeert over de Subsidieregeling Schoon Emissieloos Bouwmaterieel SSEB.
Deze Rijksregeling, uitgevoerd door RVO, biedt Nederlandse bouwbedrijven een financiële tegemoetkoming bij de aanschaf van nieuw, emissieloos bouwmaterieel (bijvoorbeeld een bouwkraan, graafmachine, vrachtwagen, laadinfrastructuur) en bij het ombouwen van bestaande materieel tot emissieloos. Dit jaar had de regeling in totaal 60 miljoen euro in kas. Inmiddels is het loket voor 2023 gesloten. De subsidieronde 2024, met vers budget, start 5 maart a.s.
Voor wie het SEB-convenant nog niet heeft ondertekend, ’t kan alsnog. Neem dan contact op met de SEB-organisatie.
Een PDF van het convenant (in de conceptversie van juni 2023, nog niet ondertekend) kunt u hier downloaden.
’t Kon eigenlijk niet uitblijven. In Nederland krijgt het laboratoriumgebouw BioPartner 5 in Oegstgeest al langer de handen op elkaar als lichtend voorbeeld van hergebruik van eerder gebruikte constructiedelen in de projectpraktijk. Zo werd in 2022 de Nationale Duurzaamheidsprijs Staal van Bouwen met Staal binnengehaald. De waardering blijkt nu de landsgrenzen overgestoken. Tijdens de internationale conferentie Eurosteel, 12 september jl. in Amsterdam, heeft het project de prestigieuze European Steel Design Award 2023 van de ECCS in de wacht gesleept.
BioPartner 5 staat voor de eerste grootschalige en geslaagde toepassing van het concept van het ‘donorskelet’, bedacht door IMd Raadgevende Ingenieurs dat tevens tekent voor het constructief ontwerp van het onderzoeksgebouw in Oegstgeest. De hoofddraagconstructie van de ‘nieuwbouw’ is nagenoeg geheel opgebouwd uit onderdelen van de staalconstructie van het nabijgelegen, voormalige Gorleaus laboratorium. Het authentieke staal, in totaal zo’n 165.000 ton, is voorzien van een coating en opnieuw in het zicht toegepast. De constructie van Biopartner 5 is bovendien zó ontworpen en gedetailleerd dat ook deze constructie in de toekomst weer gemakkelijk valt te demonteren, waardoor de onderdelen wederom vrijkomen voor hergebruik. In dat geval wordt BioPartner 5, net als Gorleaus, ook een donorgebouw.
De vakjury van de European Steel Design Award 2023, kortweg ESDA, heeft dat helemaal begrepen en ziet het project en het achterliggende concept als de ‘pace maker’ voor een nieuwe, op hergebruik geënte bouwcultuur: ‘Not only nice appearance and up to date user comfort but rather a strong architectural and engineering concept of an upcoming reuse culture constitute the outstanding quality of this exciting construction of high technical and environmental quality. The BioPartner building can be seen as an archetype of a new building concept based on availability and structural preservation. Evidently steel plays an important role in this ecofriendly concept.’
Dit jaar was de jury geformeerd uit: Bernhard Hauke(Duitsland, Chairman of Promotional Management Board of ECCS), Klaus Thürriedl (Oostenrijk, President European Council of Engineers Chambers (ECEC), Karel Terwel (Nederland, projectleider/raadgevend ingenieur bij IMD Raadgevende Ingenieurs), Joost Vos (Nederland, architect/partner bij Benthem Crouwel Architects) en Annamarie Hagoort als ‘ECCS President and Chairwoman of AC 4 Architectural Awards Committee’.
‘Leading partners’ in het bekroonde BioPartner 5 zijn, naast IMd als constructeur, Popma ter Steege Architecten, aannemer De Vries en Verburg, staalbouwer Vic Obdam en opdrachtgever en eigenaar BioPartner Center Leiden.
Behalve de ‘hoofdprijs’ voor Biopartner 5 kende de jury ook twee speciale prijzen toe. De ‘Special Award – Manufacturing’ ging naar de Franse Luma Tower, naar ontwerp van Gehry Partners. Voet-/fietsbrug Varvsbron in het Zweedse Helsingborg, een ontwerp van het Zweeds/Engelse architectenbureau Ramboll, werd gelauwerd met de ‘Special Award – Integrated Design’.
De ESDA is de tweejaarlijkse prijs van de European Convention for Constructional Steelwork (ECCS), de Europese koepel van nationale brancheverenigingen van staalconstructiebedrijven. Voor deelname aan de 2023-editie van de ESDA hadden de leden in totaal 18 projecten aangedragen; projecten die aantonen dat je met het materiaal staal op een creatieve, onderscheidende manier architectuur kunt bedrijven. En dat is precies wat de ECCS via de ESDA over het internationale voetlicht wil brengen.
Het NEN heeft begin deze maand de NTA 8790 ‘Periodieke beoordeling betrouwbaarheid van constructieve veiligheid van bestaande bouwwerken’ uitgebracht. Aan de hand van deze Nederlands Technische Afspraak kunnen eigenaren van grote publieksgebouwen, zoals sportstadions, stationshallen, theaters en overdekte winkelcentra geregeld en volgens een uniforme methode onderzoek laten uitvoeren naar de constructieve veiligheid van hun vastgoed.
Het NEN heeft begin deze maand de NTA 8790 ‘Periodieke beoordeling betrouwbaarheid van constructieve veiligheid van bestaande bouwwerken’ uitgebracht. Aan de hand van deze Nederlands Technische Afspraak kunnen eigenaren van grote publieksgebouwen, zoals sportstadions, stationshallen, theaters en overdekte winkelcentra geregeld en volgens een uniforme methode onderzoek laten uitvoeren naar de constructieve veiligheid van hun vastgoed.
De opmaat naar de nieuwe NTA 8790 mag genoegzaam bekend zijn. In november 2020 bezwijkt een deel van een tribunedak van het AZ-stadion in Alkmaar, de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV) doet studie naar oorzaken en toedracht van het incident en adviseert om eigenaren van publiek toegankelijke gebouwen, behorend tot gevolgklasse 3, te verplichten periodiek onderzoek te laten doen naar de constructieve veiligheid.
De verantwoordelijk minister van Binnenlandse Zaken neemt de OvV-aanbeveling over en verankert de verplichte periodieke beoordeling in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl, de opvolger van het Bouwbesluit). Hiermee is niet alleen de zorgplicht van gebouweigenaren meer concreet ingevuld, ook de rol van de gemeente als bevoegd gezag is duidelijker en eenvoudiger, zo is de gedachte achter de verplichting.
Om ervoor te zorgen dat een periodieke beoordeling op een betrouwbare manier wordt aangepakt en uitmondt in betrouwbare resultaten, is een landelijke, uniforme beoordelingsmethode nodig. Dat instrument is nu voorhanden in de vorm van een nieuwe Nederlands Technische Afspraak. Aan de hand van de NTA 8790 kunnen constructeurs en bouwinspecteurs gericht en gegrond beoordelen of de constructieve veiligheid van een bouwwerk (nog steeds) voldoet aan de publiekrechtelijke eisen.
De NTA 8790 is in te zetten bij een eerste inspectie van het publieksgebouw, bijvoorbeeld direct na oplevering, en daarna voor alle, meer routinematige ‘APK’s’.
In eerste instantie is de NTA bedoeld voor bestaande, grotere publieksgebouwen waarvoor de periodieke inspectie verplicht is, zoals een voetbalstadion, metrostation of ziekenhuis. Deze gebouwen vallen in gevolgklasse 3: bouwwerken met een hoog risico op aanzienlijke persoonlijke en maatschappelijke consequenties als niet is voldaan aan de bouwtechnische voorschriften (in het kader van constructieve veiligheid en brandveiligheid). De NTA zal dan ook worden aangewezen vanuit het Bbl.
De methode in de NTA is echter ook bruikbaar bij bouwwerken waarvoor geen verplichte veiligheidsbeoordeling geldt. Bruggen, viaducten en andere civieltechnische werken, kranen, masten en silo’s vallen buiten het toepassingsgebied.
Behalve als leidraad bij de beoordeling van de constructieve veiligheid, helpt de NTA de opdrachtgever/gebouweigenaar om de inspectie-opdracht goed te formuleren. Bovendien heeft het NEN geen prijskaartje gehangen aan de 57 pagina’s tellende uitgave. De PDF is gratis te downloaden van www.nen.nl/nta-8790-2023-nl-313984