Nieuws

Inschrijving Nationale Staalprijs geopend

U wilt kans maken op een Nationale Staalprijs 2024? Het enige dat u daarvoor hoeft te doen, is uw recente staalbouwproject(en) aanmelden voor deelname. Daarna is ’t oordeel aan de vakjury. En misschien bent ú, bij bekendmaking van de uitslag op de Staalbouwdag, wel een van de gelukkige winnaars… . Het inschrijven van projecten kan […]

MKB-maakbedrijven gematigd positief het nieuwe jaar in

Kleinere en middelgrote maakbedrijven in Nederland zijn ingetogen positief over hun actuele en verwachte economische positie, zo blijkt uit de Koninklijke Metaalunie Economische Barometer over het vierde kwartaal 2023. Zowel de binnen- als buitenlandse orderpositie van de bedrijven is gemiddeld genomen stabiel gebleven, het aantal uitstaande vacatures is weer licht gedaald en het leeuwendeel van […]

Inschrijving Neprom-prijs 2024 geopend

Met hun recent afgeronde locatie- en gebiedsontwikkelingsprojecten kunnen projectontwikkelaars, vastgoedbeleggers, gemeenten en andere professionele opdrachtgevers weer een gooi doen naar de Neprom-prijs. Dit jaar staat de tweejaarlijkse prijs open voor projecten die in 2023, 2022 of 2021 zijn afgerond. Aanmelden is mogelijk tot 16 februari a.s. 9 januari 2024 Met de prijs wil de Neprom, […]

Inschrijving Nationale Staalprijs geopend

U wilt kans maken op een Nationale Staalprijs 2024? Het enige dat u daarvoor hoeft te doen, is uw recente staalbouwproject(en) aanmelden voor deelname. Daarna is ’t oordeel aan de vakjury. En misschien bent ú, bij bekendmaking van de uitslag op de Staalbouwdag, wel een van de gelukkige winnaars… . Het inschrijven van projecten kan sinds 1 februari jl. en nog tot 1 mei a.s.

8 februari 2024

Via www.nationalestaalprijs.nl kunt u projecten indienen die in 2023 of 2022 zijn opgeleverd of in gebruik genomen. Zowel nieuwbouw- als renovatieprojecten kunnen meedoen. Ook projecten van over de landsgrenzen komen in aanmerking. Voorwaarde is wel dat ten minste twee projectpartners (bijvoorbeeld de architect en de staalbouwer) van Nederlandse komaf zijn. ’t Spreekt voor zich dat in het project een hoofd- dan wel bijzondere bijrol is weggelegd voor het bouwmateriaal staal.

De inzendingen doen mee in een van de vijf categorieën: utiliteitsbouw, industriebouw, woningbouw, infrastructuur en karakteristieke stalen bouwdelen. Tot deze vijfde rubriek behoren onder meer kappen, luifels, masten, daken, trappenhuizen, gevels, balkons, straatmeubilair, interieurelementen en openbaar kunstbezit van staal.

Naast een Nationale Staalprijs kunnen alle projecten, los van de categorie-indeling, ook een gooi doen naar de Nationale Hergebruiksprijs Staal 2024. Deze categorie-overstijgende prijs, de opvolger van de Nationale Duurzaamheidsprijs Staal, is bestemd voor het project waarin de (toekomstige) hergebruiksmogelijkheden van stalen constructies of onderdelen daarvan, op een optimale en inspirerende manier zijn benut.

Het inzenden van projecten kan nog tot 1 mei a.s. In juli/augustus maakt Bouwen met Staal de genomineerden bekend. Bekendmaking van de winnaars volgt op 15 oktober, tijdens de Staalbouwdag 2024 in het AFAS Theater in Leusden.

Alle deelnemende projecten worden tegen het licht gehouden door een multidisciplinaire vakjury, geformeerd uit:

  • Cor van Dijken, Building for Good
  • Daphne Deckers, Victor Buyck
  • Egbert-Jan Rots, Rotsbouw
  • Jelle Roks, ABT
  • Josine Crone, journalist
  • Thijs Asselbergs, Thijs Asselbergs architectuurcentrale (voorzitter)
  • Silvia Pubben, Havenbedrijf Rotterdam
  • Kees Nieuwenhuizen, Bijlbouw
  • Marcel van Odenhoven, Staalbouwkundig Adviesburo van Odenhoven

  • Foto: de gelukkige winnaars van de Nationale Staalprijs 2022 – Industriebouw, met bedrijfsgebouw Wila De Tool, Lochem (WILA B.V., Maas-Kristinsson Architecten, WSP Nederland, Kreunen Bouw, Brink Staalbouw) (© Pieter Kers | Beeld.nu).

Kleinere en middelgrote maakbedrijven in Nederland zijn ingetogen positief over hun actuele en verwachte economische positie, zo blijkt uit de Koninklijke Metaalunie Economische Barometer over het vierde kwartaal 2023. Zowel de binnen- als buitenlandse orderpositie van de bedrijven is gemiddeld genomen stabiel gebleven, het aantal uitstaande vacatures is weer licht gedaald en het leeuwendeel van de bedrijven boekt (nog steeds) een bevredigende winst. De congestie op het elektriciteitsnet baart echter zorgen.

30 januari 2024

Goed nieuws voor de vaderlandse mkb-maakindustrie is dat de sterke afname van de binnenlandse orderpositie gedurende het derde kwartaal van vorig jaar, in het slotkwartaal tot stilstand is gekomen. Van de bedrijven, geënquêteerd voor de Economische Barometer, laat 22 procent weten nog steeds te kampen met verslechtering van de orderpositie binnenland, maar 24 procent wijst op versterking.

Ook de verwachtingen voor het eerste kwartaal van dit jaar zijn ‘stabiel’. 22 Procent van de respondenten voorziet een verbetering van de binnenlandse orderpositie, 20 procent gaat uit van teruggang.

De gemiddelde orderportefeuille is ook weer wat beter gevuld. Eind derde kwartaal 2023 noteerde Koninklijke Metaalunie een gemiddelde van 8 weken, eind vierde kwartaal is dat opgelopen tot 11, net als eind 2022.

De gemiddelde orderportefeuille buitenland staat er eveneens beter voor. De afgelopen anderhalf jaar, tot en met het derde kwartaal 2023 waren er altijd meer bedrijven met een slinkende exportportefeuille dan bedrijven met groeiende werkvoorraad. In het vierde kwartaal is het evenwicht bereikt: bij 28 procent van de bedrijven is de portefeuille toegenomen, bij 28 procent afgenomen en bij de resterende 44 procent gelijk gebleven.

Over de ontwikkeling van de orderpositie buitenland heeft het pessimisme nipt de overhand. 28 Procent van de bedrijven houdt rekening met verslechtering, tegen 25 procent een verbetering.

Lang niet alle bedrijven die deelnemen aan de barometer, voeren ook producten uit. Van de ondervraagden geeft 35 procent te exporteren. Bij tien procent hiervan is dat maximaal tien procent van de totale omzet.

Minder vacatures, iets betere bedrijfsresultaten

Bij de barometer-deelnemers werken gemiddeld 21 mensen, waarvan ruim 90 procent met een vaste aanstelling. Bij het gros van de bedrijven is het personeelsbestand in het afgelopen kwartaal geheel intact gebleven. Slechts 12 procent heeft nieuwe medewerkers aangetrokken en maar 13 procent heeft arbeidskrachten zien vertrekken.

Het aandeel bedrijven dat vacatures heeft uitstaan, neemt geleidelijk af: van 55 procent zo’n anderhalf jaar geleden en 50 procent een jaar geleden naar 44 procent eind vorig jaar. Het gemiddeld aantal onvervulde vacatures is afgenomen tot 2,2 per bedrijf. Inmiddels hebben de respondenten er ook meer vertrouwen in dat ze vacante functies weer betrekkelijk vlot kunnen vullen.

Het bedrijfsresultaat is gemiddeld gezien iets toegenomen. 31 Procent bedrijven presenteert per eind vorig jaar een positief resultaat, een kwart van de bedrijven komt op negatief. Per saldo is dit 6% positief, tegen 12% negatief in het derde kwartaal 2023.

De winstgevendheid zit al drie kwartalen op rij op eenzelfde niveau. Over het vierde kwartaal 2023 heeft bijna driekwart van de bedrijven winst gemaakt, een kleine 10 procent draait verlies. Over bedrijfsresultaten en winstgevendheid in de nabije toekomst overheerst dan ook het optimisme.

Netcongestie knelt

Minder positief is het sentiment ten aanzien van de belasting van het elektriciteitsnet. Dit item is al langer ‘hot’, vandaar dat hierover extra vragen in de Barometer zijn opgenomen. Een op de vijf respondenten blijkt problemen in de bedrijfsvoering te ondervinden door de congestie van het net. Daarnaast geeft een substantieel aantal ondernemers aan, met deze problemen op termijn van doen te krijgen.

Negen procent van de ondervraagden ervaart de netcongestie als belemmerend bij uitbreiding van productiecapaciteit. Ze kunnen bijvoorbeeld niet op een nieuwe locatie aan de slag omdat de aansluiting op zich laat wachten of geen nieuwe machines in bedrijf nemen omdat het net ‘vol’ is. Zes procent ziet zich geconfronteerd met hogere energiekosten, het niet terug kunnen leveren van energie, maar heeft ook te maken met schade als gevolg van een te hoge piekspanning. Vijf procent wordt naar eigen zeggen geremd in het treffen van duurzaamheidsmaatregelen, zoals bij het installeren van zonnepanelen voor de eigen energievoorziening.

Met hun recent afgeronde locatie- en gebiedsontwikkelingsprojecten kunnen projectontwikkelaars, vastgoedbeleggers, gemeenten en andere professionele opdrachtgevers weer een gooi doen naar de Neprom-prijs. Dit jaar staat de tweejaarlijkse prijs open voor projecten die in 2023, 2022 of 2021 zijn afgerond. Aanmelden is mogelijk tot 16 februari a.s.

9 januari 2024

Met de prijs wil de Neprom, de landelijke vereniging voor ontwikkelaars, haar waardering kenbaar maken voor voorbeeldige projecten in het ontwikkelen, herstructureren en revitaliseren van locaties en gebieden. Dat biedt dan ook weer een stimulans aan soortgelijke projecten in de toekomst.

Om voor deelname in aanmerking te komen, moeten projecten – naast een recente opleverdatum – van een substantiële omvang zijn: minimaal 5.000 m2 bvo. Projecten kunnen tot 16 februari a.s. worden ingediend door de (direct betrokken) opdrachtgever(s).

Een vakjury met vertegenwoordigers van verschillende opdrachtgevende disciplines neemt de inzendingen onder de loep. De juryleden zijn: Geurt van Randeraat (directeur SITE Urban Development), Maria Piels (architect, Inbo), Denise Notenboom (directeur Rabobank, Real Estate Finance), Marcel Schipper (regiodirecteur VolkerWessels Bouw & Vastgoedontwikkeling Nederland, winnaar NEPROM-prijs 2021) en Kristiaan Capelle (directeur MWPO, winnaar NEPROM-prijs 2021). Josja van der Veer (directeur Ruimte & Duurzaamheid, gemeente Amsterdam) fungeert als voorzitter.

De jury beoordeelt de projecten op onder meer gebruikswaarde, duurzaamheid, conceptuele kracht, architectonische uitstraling en de samenwerking tussen de professionele opdrachtgever en de (gemeentelijke) overheid.

De winnaar van de Neprom-prijs 2024 wordt donderdag 16 mei a.s. bekend gemaakt.

Tot de projecten die eerder de NEPROM-prijs in de wacht sleepten, behoren Westdokseiland in Amsterdam, De Oriënt in Den Haag, Strijp-S in Eindhoven en de Rotterdamse Markthal en het Laurenskwartier.

Niet ArcelorMittal (serieuze interesse), ook niet Clevelands Cliffs (bod afgeslagen), maar Nippon Steel is voor 14,9 miljard Amerikaanse dollars de nieuwe eigenaar van US Steel.

2 januari 2024

Nippon Steel heeft per aandeel US Steel 55 dollar neergeteld. Dat brengt de koopsom op ongeveer 14,1 miljard dollar. Daarnaast neemt het Japanse staalbedrijf ook de openstaande schulden van de Amerikaanse concullega over, goed voor een bedrag van zo’n 0,8 miljard dollar. Daarmee belopen de totale overnamekosten bijna 15 miljard dollar. De besturen van beide ondernemingen hebben de transactie goedgekeurd. Eerder legde US Steel een bod van Clevelands Cliffs van 35 dollar per aandeel naast zich neer.

Met de incorporatie van de staalfabricage-activiteiten in de Verenigde Staten groeit de totale productiecapaciteit van Nippon Steel naar 86 miljoen ton (ruw)staal per jaar. Alleen Baowu Steel in China blijft Nippon als grootste staalfabrikant voor. Voor de Japanse staalmaker betekent de overname een flinke stap op weg naar het strategische doel om de eigen productiecapaciteit op te krikken naar 100 miljoen ton ruwstaal op jaarbasis.

Door de overname werkt Nippon zich bovendien op tot groot-leverancier van de auto-industrie. In 2022 ging bijvoorbeeld bijna een kwart van de totale staalproductie van US Steel naar de automobiel- en transportsector. ‘Via deze deal hebben Nippon en US Steel gezamenlijk een aanzienlijk deel van de wereldwijde automarkt in handen’, laat Japan-analist Mark Chadwick weten op het Smartkarma-onderzoeksplatform. ‘Hierdoor lijken ze zich in een goede positie te bevinden om te profiteren van de verschuiving naar EV-motoren.’

US Steel blijft na de overname actief onder dezelfde naam en vanuit het bestaande hoofdkantoor in Pittsburgh.

  • Foto: Nippon Steel.

De komende decennia moet Nederland op grote schaal bestaande bruggen en viaducten, sluizen, stuwen en gemalen en auto-, vaar- en spoorwegen renoveren dan wel vernieuwen. De afgelopen jaren is hieraan op jaarbasis al zo’n 1 miljard euro uitgeven. Het onderzoeksinstituut verwacht dat de kosten over 20 jaar zijn gestegen naar zo’n 3,4 miljard per jaar en daarna verder oplopen tot circa 3,7 miljard aan het eind van deze eeuw. Tot het jaar 2100 zullen de totale kosten van de vernieuwingsopgave zo’n 260 miljard belopen.

12 december 2023

TNO maakt deze ramingen wereldkundig in het zogeheten 2e Landelijk Prognoserapport Vernieuwingsopgave Infrastructuur, als actueel en nog meer gespecificeerd vervolg op de eerste verkenning in 2021.

Bij de prognoses levert TNO duidelijke analyses van de omvang en verscheidenheid van de landelijke renovatie-/vernieuwingsoperatie. Het Rijk, de 12 provincies, 21 waterschappen en 342 gemeenten zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het beheer van onder meer 141.000 km autowegen, 5.700 km vaarweg, 7.000 km spoor en tienduizenden civiele werken, zoals bruggen, viaducten, sluizen, stuwen en gemalen. ‘Deze infrastructuur veroudert en nadert het einde van de levensduur. Het gebruik ervan is intensief en bovendien vaak zwaarder dan destijds bij de bouw voorzien", aldus TNO.

De TNO-analyse leert dat het grootste deel van de investeringen in onderhoud, renovatie of vervanging voor rekening komt van de gemeenten, zo’n 55 procent. Dat zit ‘m vooral in het gegeven dat meer dan 80 procent van de civiele werken bij gemeenten in beheer zijn. De gemeenten zien de vermoedelijke uitgaven stijgen van 0,5 miljard in het eerste peiljaar 2021 naar 1,3 miljard per jaar voor het komende decennium. Daarna stijgen de gemeentelijke kosten door naar 1,8 miljard per jaar in de periode 2031–2050.

Ongeveer 9 procent van de verwachte kosten komen volgens de 2e prognose te liggen bij provincies, 13 procent bij waterschappen en voor 23 procent bij de landelijke beheerders Rijkswaterstaat en ProRail.

‘Op korte termijn wordt geld, bestemd voor aanleg van infrastructuur, besteed aan onderhoud, omdat veel nieuwe projecten niet kunnen doorgaan’, reageert minister Mark Harbers van Infrastructuur en Waterstaat. Maar: ‘We investeren de komende jaren meer geld dan ooit in het onderhouden, vervangen en renoveren van onze rijksinfrastructuur’.

Bij haar analyse is ’t TNO opgevallen dat beheerders bij meer dan helft van hun prognoses zich beperken tot de eerste 50 jaar, terwijl de (geplande) levensduur dikwijls de 60 tot 80 jaar bestrijkt. Het is verstandig om wel zo’n langere-termijnanalyse te maken, adviseert TNO. Ook is instelling van een vernieuwingsfonds voor de civiele infrastructuur aanbevolen. Vanuit dit fonds zouden de benodigde financiële middelen moeten komen voor aanpak van de vernieuwingsopgave.

TNO heeft de 2e landelijke prognose van de vernieuwingsopgave opgesteld op verzoek van de rijksoverheid, het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG).

  • De PDF van 2e Landelijk Prognoserapport Vernieuwingsopgave Infrastructuur is hier gratis te downloaden.
  • Foto: Renovatie Tacitusbrug over de Waal, Ewijk (Rijkswaterstaat, Royal HaskoningDHV / ARUP, © Thea van den Heuvel).

Na goedkeuring door het Versnellingshuis Nederland circulair! in juli van dit jaar, is het ketendoorbraakproject ‘De ontwikkeling van een circulair ecosysteem voor staal in de bouw’ bij openbare aanbesteding gegund aan een consortium van ketenpartners, onder aanvoering van initiatiefnemer Bouwen met Staal. Hiermee steekt het eerste ketendoorbraakproject voor de Nederlandse bouw- en infrasector van wal.

29 november 2023

Via het ketendoorbraakproject gaat Bouwen met Staal de komende drie jaar, samen met een 60-tal bedrijven en organisaties die vooroplopen in duurzaamheid, vaart zetten achter het consequent, voortdurend en grootschalig circulair ontwikkelen, ontwerpen en bouwen met staal in Nederland. Per 2026 moet het project resulteren in een ‘circulair ecosysteem voor staal in de bouw’ dat binnen de brede Nederlandse bouw- en infrasector op draagvlak kan rekenen.

Het circulair ecosysteem helpt bij het bereiken van de doelen van de Transitieagenda Circulaire Bouweconomie en van het Rijksbeleid op het gebied van circulaire economie. Daarnaast levert het ketendoorbraakproject een cruciale bijdrage aan het verwerkelijken van de ambities van het Bouwakkoord Staal. In het Bouwakkoord Staal hebben vertegenwoordigers van alle geledingen in de staalbouwketen – van opdrachtgevers en ontwerpers tot en met aannemers en toeleveranciers – hun aspiraties vastgelegd tot het verder reduceren van de negatieve milieueffecten van het gebruik van staal in de bouw.

De uitvoering van het ketendoorbraakproject staat onder regie van Jacqueline Cramer, hoogleraar Duurzame innovatie aan de Universiteit van Utrecht en voorzitter van het Bouwakkoord Staal en van het Betonakkoord. Zij wordt geflankeerd door co-ketenregisseur Frank Maatje en technisch-inhoudelijk secretaris Jan-Pieter den Hollander, beiden van Bouwen met Staal.
Daarnaast brengen de stuurgroep en koplopers van het Bouwakkoord Staal hun ervaring en deskundigheid in.

De vorderingen in het ketendoorbraakproject worden geregeld gerapporteerd aan een begeleidingscommissie van Het Versnellingshuis. Zo blijft het Versnellingshuis, dat eerder het projectvoorstel vanuit Bouwen met Staal fiatteerde, nauw betrokken bij de nadere planning, organisatie en uitvoering van het project.

  • Meer info over het ketendoorbraakproject
  • Foto: Afvalbrengstation Den Haag (Wessel van Geffen architecten i.s.m. Superuse Studios en Ingenieursbureau Den Haag). In dit project zijn stalen damwandprofielen en verzinkt stalen sandwichpanelen uit eerdere projecten en geperforeerde stalen contourplaten uit afgedankte auto’s hergebruikt voor de gebouwgevels.

Om de overgang naar schoon en emissieloos bouwen in Nederland te laten slagen en waar mogelijk te versnellen, hebben zo’n 45 overheden, marktpartijen en branche- en kennisorganisaties afgelopen maandag 30 oktober het convenant ‘Schoon en Emissieloos Bouwen’ (SEB) geratificeerd.

2 november 2023

Het akkoord is van goedkeurende handtekeningen voorzien door vertegenwoordigers van onder meer de ministeries van Binnenlandse Zaken, Defensie, Economische Zaken en Klimaat, Infrastructuur en Waterstaat, en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, het Interprovinciaal Overleg (IPO), diverse gemeenten, Transport en Logistiek Nederland, Rijksvastgoedbedrijf, Rijkswaterstaat, Aannemersfederatie Nederland Bouw en Infra (AFNL), VERAS, Betonhuis én Bouwen met Staal.

Met de ondertekening bevestigen en onderstrepen de participanten dat ze staan voor de grootschalige inzet van schoon (of in elk geval schoner) materieel binnen de Nederlandse bouw- en infrasector. Hiervoor gaan ze zich collectief inspannen, volgens SEB-routekaart. De routekaart beschrijft de strategie en acties die nodig zijn om per 2030 de emissies door het gebruik van voertuigen, vaartuigen en werktuigen in de sector effectief te hebben gereduceerd.

Convenant en routekaart maken deel uit van een breed instrumentarium binnen het SEB-programma. SEB beschikt ook over een kennisbank, middelen voor aanbestedende rijksdiensten én informeert over de Subsidieregeling Schoon Emissieloos Bouwmaterieel SSEB.

Deze Rijksregeling, uitgevoerd door RVO, biedt Nederlandse bouwbedrijven een financiële tegemoetkoming bij de aanschaf van nieuw, emissieloos bouwmaterieel (bijvoorbeeld een bouwkraan, graafmachine, vrachtwagen, laadinfrastructuur) en bij het ombouwen van bestaande materieel tot emissieloos. Dit jaar had de regeling in totaal 60 miljoen euro in kas. Inmiddels is het loket voor 2023 gesloten. De subsidieronde 2024, met vers budget, start 5 maart a.s.

Voor wie het SEB-convenant nog niet heeft ondertekend, ’t kan alsnog. Neem dan contact op met de SEB-organisatie.

Een PDF van het convenant (in de conceptversie van juni 2023, nog niet ondertekend) kunt u hier downloaden.

  • Foto: Staatssecretaris Vivianne Heijnen van Infrastructuur en Waterstaat zet haar handtekening tijdens de ondertekenbijeenkomst op 30 oktober. Dagvoorzitter en tv-personality Harm Edens kijkt verheugd toe.

’t Kon eigenlijk niet uitblijven. In Nederland krijgt het laboratoriumgebouw BioPartner 5 in Oegstgeest al langer de handen op elkaar als lichtend voorbeeld van hergebruik van eerder gebruikte constructiedelen in de projectpraktijk. Zo werd in 2022 de Nationale Duurzaamheidsprijs Staal van Bouwen met Staal binnengehaald. De waardering blijkt nu de landsgrenzen overgestoken. Tijdens de internationale conferentie Eurosteel, 12 september jl. in Amsterdam, heeft het project de prestigieuze European Steel Design Award 2023 van de ECCS in de wacht gesleept.

13 oktober 2023

BioPartner 5 staat voor de eerste grootschalige en geslaagde toepassing van het concept van het ‘donorskelet’, bedacht door IMd Raadgevende Ingenieurs dat tevens tekent voor het constructief ontwerp van het onderzoeksgebouw in Oegstgeest. De hoofddraagconstructie van de ‘nieuwbouw’ is nagenoeg geheel opgebouwd uit onderdelen van de staalconstructie van het nabijgelegen, voormalige Gorleaus laboratorium. Het authentieke staal, in totaal zo’n 165.000 ton, is voorzien van een coating en opnieuw in het zicht toegepast. De constructie van Biopartner 5 is bovendien zó ontworpen en gedetailleerd dat ook deze constructie in de toekomst weer gemakkelijk valt te demonteren, waardoor de onderdelen wederom vrijkomen voor hergebruik. In dat geval wordt BioPartner 5, net als Gorleaus, ook een donorgebouw.

De vakjury van de European Steel Design Award 2023, kortweg ESDA, heeft dat helemaal begrepen en ziet het project en het achterliggende concept als de ‘pace maker’ voor een nieuwe, op hergebruik geënte bouwcultuur: ‘Not only nice appearance and up to date user comfort but rather a strong architectural and engineering concept of an upcoming reuse culture constitute the outstanding quality of this exciting construction of high technical and environmental quality. The BioPartner building can be seen as an archetype of a new building concept based on availability and structural preservation. Evidently steel plays an important role in this ecofriendly concept.’

Dit jaar was de jury geformeerd uit: Bernhard Hauke(Duitsland, Chairman of Promotional Management Board of ECCS), Klaus Thürriedl (Oostenrijk, President European Council of Engineers Chambers (ECEC), Karel Terwel (Nederland, projectleider/raadgevend ingenieur bij IMD Raadgevende Ingenieurs), Joost Vos (Nederland, architect/partner bij Benthem Crouwel Architects) en Annamarie Hagoort als ‘ECCS President and Chairwoman of AC 4 Architectural Awards Committee’.

‘Leading partners’ in het bekroonde BioPartner 5 zijn, naast IMd als constructeur, Popma ter Steege Architecten, aannemer De Vries en Verburg, staalbouwer Vic Obdam en opdrachtgever en eigenaar BioPartner Center Leiden.

Behalve de ‘hoofdprijs’ voor Biopartner 5 kende de jury ook twee speciale prijzen toe. De ‘Special Award – Manufacturing’ ging naar de Franse Luma Tower, naar ontwerp van Gehry Partners. Voet-/fietsbrug Varvsbron in het Zweedse Helsingborg, een ontwerp van het Zweeds/Engelse architectenbureau Ramboll, werd gelauwerd met de ‘Special Award – Integrated Design’.

De ESDA is de tweejaarlijkse prijs van de European Convention for Constructional Steelwork (ECCS), de Europese koepel van nationale brancheverenigingen van staalconstructiebedrijven. Voor deelname aan de 2023-editie van de ESDA hadden de leden in totaal 18 projecten aangedragen; projecten die aantonen dat je met het materiaal staal op een creatieve, onderscheidende manier architectuur kunt bedrijven. En dat is precies wat de ECCS via de ESDA over het internationale voetlicht wil brengen.

  • Foto: René de Wit.

Het NEN heeft begin deze maand de NTA 8790 ‘Periodieke beoordeling betrouwbaarheid van constructieve veiligheid van bestaande bouwwerken’ uitgebracht. Aan de hand van deze Nederlands Technische Afspraak kunnen eigenaren van grote publieksgebouwen, zoals sportstadions, stationshallen, theaters en overdekte winkelcentra geregeld en volgens een uniforme methode onderzoek laten uitvoeren naar de constructieve veiligheid van hun vastgoed.

13 oktober 2023

Het NEN heeft begin deze maand de NTA 8790 ‘Periodieke beoordeling betrouwbaarheid van constructieve veiligheid van bestaande bouwwerken’ uitgebracht. Aan de hand van deze Nederlands Technische Afspraak kunnen eigenaren van grote publieksgebouwen, zoals sportstadions, stationshallen, theaters en overdekte winkelcentra geregeld en volgens een uniforme methode onderzoek laten uitvoeren naar de constructieve veiligheid van hun vastgoed.

De opmaat naar de nieuwe NTA 8790 mag genoegzaam bekend zijn. In november 2020 bezwijkt een deel van een tribunedak van het AZ-stadion in Alkmaar, de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV) doet studie naar oorzaken en toedracht van het incident en adviseert om eigenaren van publiek toegankelijke gebouwen, behorend tot gevolgklasse 3, te verplichten periodiek onderzoek te laten doen naar de constructieve veiligheid.

De verantwoordelijk minister van Binnenlandse Zaken neemt de OvV-aanbeveling over en verankert de verplichte periodieke beoordeling in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl, de opvolger van het Bouwbesluit). Hiermee is niet alleen de zorgplicht van gebouweigenaren meer concreet ingevuld, ook de rol van de gemeente als bevoegd gezag is duidelijker en eenvoudiger, zo is de gedachte achter de verplichting.

Om ervoor te zorgen dat een periodieke beoordeling op een betrouwbare manier wordt aangepakt en uitmondt in betrouwbare resultaten, is een landelijke, uniforme beoordelingsmethode nodig. Dat instrument is nu voorhanden in de vorm van een nieuwe Nederlands Technische Afspraak. Aan de hand van de NTA 8790 kunnen constructeurs en bouwinspecteurs gericht en gegrond beoordelen of de constructieve veiligheid van een bouwwerk (nog steeds) voldoet aan de publiekrechtelijke eisen.

De NTA 8790 is in te zetten bij een eerste inspectie van het publieksgebouw, bijvoorbeeld direct na oplevering, en daarna voor alle, meer routinematige ‘APK’s’.

In eerste instantie is de NTA bedoeld voor bestaande, grotere publieksgebouwen waarvoor de periodieke inspectie verplicht is, zoals een voetbalstadion, metrostation of ziekenhuis. Deze gebouwen vallen in gevolgklasse 3: bouwwerken met een hoog risico op aanzienlijke persoonlijke en maatschappelijke consequenties als niet is voldaan aan de bouwtechnische voorschriften (in het kader van constructieve veiligheid en brandveiligheid). De NTA zal dan ook worden aangewezen vanuit het Bbl.

De methode in de NTA is echter ook bruikbaar bij bouwwerken waarvoor geen verplichte veiligheidsbeoordeling geldt. Bruggen, viaducten en andere civieltechnische werken, kranen, masten en silo’s vallen buiten het toepassingsgebied.

Behalve als leidraad bij de beoordeling van de constructieve veiligheid, helpt de NTA de opdrachtgever/gebouweigenaar om de inspectie-opdracht goed te formuleren. Bovendien heeft het NEN geen prijskaartje gehangen aan de 57 pagina’s tellende uitgave. De PDF is gratis te downloaden van www.nen.nl/nta-8790-2023-nl-313984

  • Foto: Bingoal-stadion ADO Den Haag (architectenbureau ZJA, © Omroep West).