Nieuws

Tempo decarbonisatie nog te laag

18 februari 2026 In veel sectoren van de Nederlandse economie is de decarbonisatie, de transitie naar koolstofarme of koolstofvrije productieprocessen, in volle gang. Toch moet het tempo van de overgang omhoog om zicht te houden op het bereiken van de klimaatdoelen per 2030. Dat stelt ABN-AMRO in het analyserapport Emissiekloof Nederland richting 2030. In het […]

Opstap naar seriematig aanbesteden

20 februari 2026 In de paper verkent De Bouwcampus de transitie van het aanbesteden per individueel project naar een meer gestandaardiseerde benaderings- en werkwijze die toepasbaar is bij een ‘familie van projecten’ tegelijk dan wel herhaalbaar is bij een vergelijkbaar project. Dat maakt het aanbestedingsproces volgens De Bouwcampus meer transparant en voorspelbaar, verbetert de continuïteit […]

CBAM aangescherpt

24 januari 2026 Het CBAM – voluit: Carbon Border Adjustment Mechanism – is per 1 januari 2026 eveneens financieel van kracht. Voortaan is een bedrijf binnen de EU, dat per jaar meer dan 50 ton staal of aluminium importeert vanuit landen buíten de EU, verplicht een extra belasting te betalen over het aantal tonnen CO2 […]

Tempo decarbonisatie nog te laag

18 februari 2026

© Freepik.

In veel sectoren van de Nederlandse economie is de decarbonisatie, de transitie naar koolstofarme of koolstofvrije productieprocessen, in volle gang. Toch moet het tempo van de overgang omhoog om zicht te houden op het bereiken van de klimaatdoelen per 2030. Dat stelt ABN-AMRO in het analyserapport Emissiekloof Nederland richting 2030.

In het rapport belicht de bank de achtergronden en context van de vooralsnog te trage transitie. De initiatieven tot decarbonisatie zijn talrijk, ook de best practices liggen onderhand voor het oprapen. Het 2030-doel (55% emissiereductie t.o.v. het niveau van 1990) is vooralsnog voor slechts enkele economische sectoren reëel haalbaar. Vooral de energie-intensieve industrie, waaronder de basismetaalindustrie, staat nog voor de grote uitdaging om de beoogde en vaak al beproefde koolstofarme fabricage daadwerkelijk te implementeren.

Vaak zijn de technologieën al voorhanden en binnen afzienbare tijd rijp voor toepassing. Een snelle overstap wordt echter geremd door de rest-levensduur van bestaande, kostbare installaties, beperkingen van de bestaande infrastructuur, de hoge investeringskosten en onzekerheden rond bijvoorbeeld beschikbaarheid en toevoer van alternatieve grondstoffen (zoals schroot) en de congestie op het elektriciteitsnetwerk.

Meer steun voor energie-intensieve industrie

Het actuele emissiehandelssysteem van de EU (EU-ETS) is volgens ABN AMRO wel een waardevol instrument om de grotere uitstoters van broeikasgassen binnen de Nederlandse industrie te stimuleren tot (sneller) verduurzamen. Elk jaar weer wordt het aantal vrije emissierechten omlaag gebracht (en daarmee de druk op de EU-ETS-veilingprijs opgevoerd). Hierdoor worden bedrijven er steeds meer toe aangezet om hun uitstoot te verminderen. Inmiddels valt bijna 80 procent van alle uitstoot door de Nederlandse industrie onder de EU-ETS.

Om de gestelde klimaatdoelen te halen, is het echter belangrijk dat de energie-intensieve industrie bij haar verduurzamingsambities en -acties wordt ondersteund via een vast regie en consistente keuzes van de overheid, aldus ABN AMRO. Want als de industrie achter blijft lopen op het ‘transitieschema 2030’, kan dat uiteindelijk ten koste gaan van de internationale concurrentiekracht van Nederland, waarschuwt de bank.

Klimaatvriendelijk produceren kan, naast ecologisch, ook blijvend economisch voordeel opleveren, benadrukt ABN AMRO in het analyserapport. Bedrijven die écht minder (fossiele) energie en brandstof verbruiken en hierdoor een lagere uitstoot hebben, besparen aantoonbaar op bedrijfs- en kapitaalkosten, halen een hogere omzetgroei en zijn beter bestand tegen een ongunstige conjunctuur of geopolitieke onrust.

• Het rapport ‘Emissiekloof Nederland richting 2030’ op deze ABN AMRO-webpagina te lezen en als PDF te downloaden.

20 februari 2026

Foto: De Bouwcampus.

In de paper verkent De Bouwcampus de transitie van het aanbesteden per individueel project naar een meer gestandaardiseerde benaderings- en werkwijze die toepasbaar is bij een ‘familie van projecten’ tegelijk dan wel herhaalbaar is bij een vergelijkbaar project. Dat maakt het aanbestedingsproces volgens De Bouwcampus meer transparant en voorspelbaar, verbetert de continuïteit en samenwerking, verhoogt de snelheid en ‘t belooft lagere transactiekosten.

De paper levert daartoe het raamwerk in de vorm van 16 ‘bouwstenen’ die antwoord geven op vragen rond onder meer contractkeuze, selectiecriteria, prijsmechanismen, risicoverdeling en samenwerking. De bouwstenen hangen duidelijk onderling samen, waardoor ze als geheel niet zozeer een stappenplan als wel een gemeenschappelijke taal bieden om het seriematig aanbesteden doelgericht, rechtmatig en uitvoerbaar te organiseren, mét daarbij voldoende ruimte voor de procespartners om kennis, inzichten en en ervaringen uit te wisselen.

Breed handelingsperspectief

Samenwerking staat ook aan de basis van de publicatie zelf. ‘Bouwstenen voor seriematig aanbesteden’ is het product van gesprekken en werksessies binnen De Bouwcampus met meer dan 150 professionals van overheden en marktpartijen. De uitgave is het eerste deel van een toekomstig tweeluik. Deel 1 beschrijft de aanleiding, motivatie, strategie en het perspectief van seriematig aanbesteden. Op dit ‘fundament’ wordt voortgebouwd in deel 2, dat in de loop van dit jaar verschijnt. Het tweede deel is bedoeld als een soort ‘doe-boek’, waarbij de inzet van de bouwstenen in de aanbestedingspraktijk wordt uiteengezet aan de hand van afwegingskaders, aanbevelingen en voorbeelden. Tezamen gaan de beide delen werken als één breed toepasbaar handelingsperspectief voor opdrachtgevers en hun (toekomstige) projectpartners.

24 januari 2026

Het CBAM – voluit: Carbon Border Adjustment Mechanism – is per 1 januari 2026 eveneens financieel van kracht. Voortaan is een bedrijf binnen de EU, dat per jaar meer dan 50 ton staal of aluminium importeert vanuit landen buíten de EU, verplicht een extra belasting te betalen over het aantal tonnen CO2 dat bij de fabricage is vrijgekomen.

Het CBAM maakt deel uit van het herziene emissiehandelssysteem van de EU en voorziet in een heffing op de import van CO2-intensieve producten die buiten de EU zijn vervaardigd. Niet alleen staal en aluminium, ook ijzer, cement, kunstmest, waterstof en elektriciteit zijn CO2 intensief en komen daarmee voor de heffing in aanmerking.

De importheffing vanuit het Carbon Border Adjustment Mechanism is in beginsel gelijk aan de CO2-heffing die geldt voor eenzelfde product als dit product bínnen de unie is gefabriceerd. Financieel-economisch doel van het mechanisme is om op EU-grondgebied een ‘level playing field’ te bewerkstelligen (óf te behouden) voor producenten binnen en buiten de EU. Middels de CO2-heffing aan de EU-grenzen hebben fabrikanten van buiten de unie die in hun land aan minder strenge klimaatnormen hoeven te voldoen, géén concurrentievoordeel ten opzichte van fabrikanten ín de unie die zich moeten houden aan meer strikte milieuvoorschriften.

Vanuit een breder duurzaamheidsperspectief, beoogt het CBAM een bijdrage te leveren aan het verminderen van de emissies van CO2 als gevolg van productieprocessen buiten de EU. Het CBAM vloeit dan ook voort uit de Europese Green Deal. Volgens de Europese Unie zijn alle CO2-intensieve producten tezamen verantwoordelijk voor bijna 40 procent van het totaal aan emissies van broeikasgassen in de wereld.

Rapportage- en betalingsverplichting

Het CBAM is al op 1 oktober 2023 ingevoerd. Sindsdien moeten bedrijven die CO2-intensieve goederen van buiten de EU invoeren, zelf rapporteren hoeveel CO2-uitstoot bij de productie van deze goederen is vrijgekomen. Bij deze rapportageverplichting is vanaf 1 januari van dit jaar een betalingsverplichting gekomen.

Niet alleen vanwege de vereiste rapportage, maar ook om een onterecht hoog heffing voor te zijn, is ’t voor importerende bedrijven zaak om zoveel mogelijk de ‘werkelijk geïntegreerde emissies’ op te geven, op basis van emissiedata van de buitenlandse fabrikant of leverancier/exporteur. Vóór gebruik van deze data moet de importeur wel controleren of de buitenlandse fabrikant of leverancier beschikt over de juiste EU-goedkeuring.

Zijn geen emissiedata van de fabrikant of leverancier voorhanden, dan mag worden teruggevallen op standaard emissiewaarden die de Europese Commissie heeft vastgesteld per land en per productgroep. Een complete lijst met emissiewaarden die met ingang van 1 januari 2026 geldig zijn, vindt u hier. Doorgaans zijn de standaardwaarden hoger dan de werkelijke waarden, waardoor de importheffing in beginsel ook hoger uitvalt.

Calculator en register

Om hiervan een betrouwbare indicatie te krijgen, biedt de Nederlandse Emissieautoriteit (NEA) sinds kort de gratis CBAM-Kostencalculator. Deze tool berekent de kosten aan de hand van standaardwaarden voor een product, maar de gebruiker kan ook eigen data invoeren.

Het rapporteren dient te gebeuren in een CBAM-register. Import in de periode 1 oktober 2023 tot en met 31 december 2025 moet worden gerapporteerd in een overgangsregister. Voor rapportage van import vanaf 1 januari 2026 is het definitieve register beschikbaar. Beide registers en informatie en aanvraag voor toelating zijn te vinden via de website van de NEA.

Verdere uitbreiding

Om binnen de Europese Unie het speelveld voor interne en externe producenten nog verder te ‘egaliseren’, wil de Europese Commissie de verzameling producten die onder CBAM vallen, verder uitbreiden. Naar verwachting met ingang van 1 januari 2028 wordt de huidige CBAM-collectie aangevuld met een scala aan producten, waaronder wasmachines, industriële robots, verschillende productiemachines, elektromotoren en elektrakabels.

12 januari 2026

Benthem Crouwel Architects at work.

De BNA heeft de resultaten van haar Conjunctuurmeting najaar 2025 naar buiten gebracht. Over de heersende en verwachte marktsituatie blijken de ondervraagde architecten in meerderheid gunstig gestemd, zij het met terughoudendheid.

De BNA (Koninklijke Bond van Nederlandse Architecten) organiseert de conjunctuurmeting tweemaal per jaar, onder architectenbureaus die bij de branchevereniging zijn aangesloten. Ook ditmaal hebben zij vragen beantwoorden over conjuncturele aangelegenheden als de voorziene groei of krimp van de werkvoorraad, verwachte omzetstijging of -daling, het perspectief op nieuwe opdrachten, maar ook de mogelijke belemmeringen bij het ontwerpwerk.

Verreweg de meeste architectenbureaus zijn best te spreken over de actuele situatie in de bouwmarkt. Vier van de tien ondervraagde bureaus typeren de situatie als ‘goed’, vijf van de tien geven de kwalificatie ‘redelijk’. Gemiddeld genomen komt de werkvoorraad bij de bureaus op 4,9 maanden. Dat is iets minder dan in het voorjaar van 2025. Toen was er gemiddeld voor 5,3 maanden werk voor handen.

Werkvoorraad en belemmeringen

Net als bij de voorjaarsmeting geeft een krappe meerderheid van de bureaus blijk van een ‘normale’ werkvoorraad; zo’n 20 procent meent over een ‘grote’ voorraad te beschikken. De werkvoorraad ligt al enkele jaren op een vergelijkbaar niveau. Alleen in 2022 deed zich een piek voor (6 maanden werk). 

Al sinds het voorjaar van dat jaar geeft zo’n tweederde van de bureaus te kennen, onmiskenbaar belemmeringen te ervaren bij de werkzaamheden. In het najaar 2025 is dat niet anders. Dik 60 procent laten weten hinder te ondervinden van trage vergunningverlening door gemeentelijke overheden, stagnatie bij ontwikkelende partijen, bezwaarprocedures en milieuregelgeving. Een ruime meerderheid (71 procent) gaat er vanuit dat de regeldruk de komende jaren verder zal oplopen.

Ingetogen positief

Niettemin worden de meeste vragen over de (nabije) toekomst met voorzichtig optimisme beantwoord. Zo voorziet 40 procent van de bureaus een groei van de omzet en 33 procent een toename in opdrachten. Veel van die opdrachten zouden kunnen komen van projectontwikkelaars en daarbij zou ’t vooral kunnen gaan om transformatie, renovatie, hergebruik of verduurzaming. De sectoren woningbouw en mixed-use bouw bieden volgens de architecten de beste perspectieven op groei. In deze sectoren zijn veel bureaus van oudsher ook het meest actief.

Uit de conjunctuurmeting blijkt verder dat vier op de tien bureaus (wel eens) meedoen aan een Europese of Nederlandse aanbesteding. Doorgaans zijn dat wel de grotere bureaus, met meer dan 5 vaste medewerkers. Van de kleinere bureaus neemt slechts 22 procent deel. Voornaamste redenen om niet (meer) te participeren, zijn de hoge deelname-eisen en -kosten en een gebrek aan capaciteit. Grotere bureaus halen zo’n 16 procent van hun omzet uit aanbestedingen. Bij kleinere bureaus is dat aandeel een stuk kleiner: 5 procent.

17 december 2025

Van Brienenoordbrug, Rotterdam (© Arup). Eind vorige maand heeft Rijkswaterstaat het transport en de installatie van de beide bogen aanbesteed.

’t Is onderhand breed bekend dat Rijkswaterstaat zich ziet gesteld voor een grootschalige en veelomvattende vernieuwingsopgave. Veel bruggen en andere infrastructurele werken, gebouwd in de jaren ’50 of ’60 van de vorige eeuw, hebben het einde van hun levensduur bereikt en vragen dringend om renovatie of vervanging. Nu en de komende jaren wordt deze V&R-opgave aangepakt in nauwe samenwerking met partijen in de markt. Veel van deze partijen hebben daarbij wel behoefte aan een realistisch beeld van de (financiële) aard en omvang van de opgave. In die behoefte voorziet Rijkswaterstaat met het nieuwe ‘Meerjarenoverzicht vernieuwingsopgave bruggen, tunnels en sluizen 2026–2030: Dealflow’.

In de acht pagina’s tellende publicatie geeft Rijkswaterstaat een financieel overzicht van de opdrachten die de markt in het kader van de vernieuwingsopgave kan verwachten en welke omzetwaarden hiermee zijn gemoeid. De opdrachten betreffen projecten die nog niet zijn aanbesteed en werkzaamheden waarvoor nog geen contracten zijn opgesteld, maar die wel voor de komende vijf jaar op de rol staan.

Met het woord ‘Dealflow’ in de publicatietitel benadrukt Rijkswaterstaat dat ’t gaat om een coherente verzameling van opdrachten en werkzaamheden die in de periode 2026–2030 regelmatig en ‘voorspelbaar’ in de markt worden gezet. Specifieke projecten of projectenverzamelingen worden niet opgevoerd. De uitgave beperkt zich tot een zestal segmenten en een drietal objectsoorten (bruggen, tunnels en sluizen) en hanteert daarbij de ‘wet van de grote getallen’. Alle plannen worden als een geheel en op hoofdlijnen weergegeven, waardoor de markt volgens Rijkswaterstaat ‘een robuust en realistisch beeld’ krijgt van de opgave.

Het meerjarenoverzicht behelst uitsluitend de vervangingen en (grotere) renovaties van bruggen, sluizen en tunnels. De vernieuwing van andere infrastructurele objecten, zoals stuwen, gemalen en keringen, valt erbuiten. Ook opdrachten tot dagelijks onderhoud of exploitatie óf infra-gerelateerde werkzaamheden aan bijvoorbeeld intelligente wegkantstations of het IT-netwerk zijn niet opgenomen.

Actualisatie en aanvulling

Rijkswaterstaat gaat na of het overzicht verder valt uit te breiden. In elk geval is het de bedoeling om het overzicht geregeld te actualiseren. Een projectplanning kan immers wijzigingen ondergaan, bijvoorbeeld als gevolg van een onverwacht complex vergunningstraject, budgettaire tegenvallers of veranderde wet- en regelgeving.

Verder is het Meerjarenoverzicht te zien als een lange-termijn aanvulling op de Inkoopplanning en de Factsheets van Rijkswaterstaat. Via de Inkoopplanning wordt bekend gemaakt welke aanbestedingen op stapel staan voor de korte termijn (1 tot 2 jaar). De factsheets bieden kerninformatie over aan te besteden projecten. Aan de hand van een sheet kan een marktpartij bepalen of ’t interessant is om op een aanbesteding in te schrijven.

20 november 2025

Transformatie en renovatie van de bestaande gebouwenvoorraad, groot onderhoud en vernieuwing van wegen, bruggen en tunnels, de transitie naar een circulaire bouweconomie. De Nederlandse bouw staat voor belangrijke, grootschalige opgaven. En dat maakt dat de bouwsector nog altijd dringend behoefte heeft aan verse arbeidskrachten. In veel geledingen van de bouw is de vraag naar personeel ook nog steeds groter dan het aanbod aan mogelijk geschikte kandidaten.

Het vinden van voldoende, gekwalificeerd personeel is al jaren een bouwbrede zorg. Maar in de grond-, weg-, en waterbouw is de behoefte op dit moment wel het grootst en meest urgent. De meeste vacatures in de bouw hebben van doen met infrastructurele projecten, van ontwerp- en bouwwerkzaamheden aan wegen en bruggen tot en met het aanbrengen van kabels en leidingen.

In het eerste halfjaar van 2025 telde de infra-sector zo’n 2.700 vacatures. Het leeuwendeel hiervan staat open voor (constructief) adviseurs, ontwerpers en constructeurs. Ook werkvoorbereiders en uitvoerders blijken hard nodig, getuige de 1.050 respectievelijk 900 nog openstaande arbeidsplaatsen.

Banengroei houdt aan

Hoewel recent iets geslonken, de groei van banen in de bouw blijft aanhouden. Deels is dat terug te voeren op de actuele opleving van de nieuwbouw. Sinds vorig jaar zit de afgifte van bouwvergunningen in de lift en dat creëert extra werkgelegenheid. Vooral het aantal vaste banen bij bedrijven en bureaus groeit. Dat zit ‘m onder meer in de aangescherpte regels rondom schijnzelfstandigheid. Hierdoor maken meer zzp-ers de overstap naar een betrekking bij een bedrijf. Daarnaast heeft de vergrijzing flinke impact. Komende jaren moet worden voorzien in de opvolging van veel oudere medewerkers die hun pensioengerechtigde leeftijd bereiken.

UWV en EIB

Ook het UWV trekt ten strijde tegen het tekort aan personeel in de bouw. Zo stimuleert het instituut bedrijven om breder te werven onder werkzoekenden en te investeren in arbeidsomstandigheden en persoonlijke ontwikkeling om personeel vast te houden. Daarnaast kan werk efficiënter worden georganiseerd via automatisering van bedrijfsprocessen en (daarmee) het anders verdelen van taken.

Ook het potentieel van zij-instroomtrajecten valt beter te benutten, vindt het UWV. Samen met werkgevers en onderwijsorganisaties zijn al programma’s opgezet voor kansrijke beroepen in de bouw, zoals BIM-modelleurs, werkvoorbereiders en specialisten op het terrein van verduurzaming zoals energieprestatie-consultants.

Een substantieel deel van de nieuwe arbeidskrachten die de bouwsector de eerstkomende jaren nodig heeft, moeten komen uit de zijinstroom, zo laat het EIB weten in haar publicatie Trends op de arbeidsmarkt 2025–2029.

Tussen 2026 en 2029 moet de bouw er zo’n 75.000 nieuwe voltijds arbeidskrachten bijkrijgen. Hiervan kunnen 50.000 medewerkers intreden vanuit het reguliere onderwijs. De overige 25.000 medewerkers moeten komen uit andere beroepssectoren, herintreding of arbeidsmigratie.

Voor de komende drie jaar gaat het EIB ervan uit dat de bouwproductie jaarlijks zo’n 3 procent toeneemt.

  • Foto: Plaatsing roldeur Keersluis Kornwerderzand, Afsluitdijk (Rijkswaterstaat, SBE/Arcadis/Blom Bouw & Infra, Levvel, HSM Offshore).

21 oktober 2025

Voor het beoordelen van de constructieve veiligheid en mogelijke veiligheidsrisico’s bij bruggen dient zich een nieuwe methode aan: MT-InSAR. Door meer gangbare inspectietechnieken te combineren met data van satellieten zijn eventuele risico’s meer nauwkeurig in te schatten en daarmee het onderhoud en eventuele versterkingen slimmer te plannen.

MT-InSAR staat voor Multi-Temporal Interferometric Synthetic Aperture Radar. De methode is het resultaat van onderzoek onder leiding van Dominika Malinowska, verbonden aan de TU Delft en University of Bath. Onder haar aanvoering heeft een internationaal team de gesteldheid van meer dan 700 bruggen met grote overspanningen, wereldwijd, bestudeerd. Door de gegevens van sensoren aan lokale brugdelen te koppelen met data uit monitoring door satellieten in de ruimte, blijkt een meer volledig beeld te ontstaan van de staat van de brugconstructie.

De inzet van MT-InSAR kan volgens de onderzoekers een waardevolle aanvulling zijn op de meer traditionele monitoring. Immers, visuele inspecties vinden slechts enkele keren per jaar plaats en zijn niet geheel ontdaan van subjectiviteit. Kleine gebreken kunnen ook snel over het hoofd worden gezien. Met behulp van sensoren aan de brug is een voortdurende bewaking van de veiligheid wel haalbaar, maar de meeste lange bruggen in de wereld (volgens de onderzoekers meer dan driekwart) is hier niet mee toegerust. Monitoring vanuit de ruimte kan dan zeer behulpzaam zijn, zeker bij bruggen die zich in afgelegen gebieden bevinden.

Breed toepasbaar

Met MT-InSAR zijn minuscule bewegingen, zoals verplaatsingen over een paar millimeter, ‘realtime’ te detecteren zodat eventuele risico’s sneller boven water komen. Dat gebeurt met satellieten die langzame processen zoals verzakkingen en aardverschuivingen kunnen registreren en dat over grote gebieden.

Via MT-InSAR beschikken brugbeheerders voortdurend over actuele, ‘harde’ data over de conditie van hun bruggen en hebben ze sneller inzicht in eventuele veiligheidsrisico’s. Mede dankzij publicaties in wetenschappelijke media zoals recent Nature Communications, heeft de nieuwe technologie al bekendheid verworven binnen academische kringen. De praktijk doet echter nog maar sporadisch beroep op MT-InSAR. Malinowska en haar team hopen dat het onderzoek aanmoedigt tot bredere toepassing. Het potentiële toepassingsgebied is in elk geval ruim: ‘meer dan 60 procent van alle bruggen met grote overspanningen zijn geschikt voor MT-InSAR.’

  • Het volledige onderzoeksverslag en een korte samenvatting zijn te vinden op research.tudelft.nl
  • Foto: Akashi Kaikyo Brug tussen de eilanden Honshu en Awaji, met een totale lengte van 3.911 m. en een hoofdoverspanning van 1.991 m. © Novoceram.

15 oktober 2025

Om de bouw van nieuwe woningen te versnellen, voert het Rijk sinds vorig jaar het programma STOER. STOER staat voor Schrappen Tegenstrijdige en Overbodige Eisen en Regelgeving. Doel van het programma is, de volledige naam geeft ’t al prijs, om de regeldruk op de woningbouw te verminderen zodat het bouwen sneller, goedkoper en meer voorspelbaar gaat verlopen. Uit STOER zijn begin deze maand diverse beleidsadviezen gerold, die het kabinet voor het merendeel ter harte neemt en omzet in nieuwe maatregelen. Een daarvan is het intrekken van de technische vergunning- en meldingsplicht voor woningen met een erkende kwaliteitsverklaring. Een andere maatregel is woningbouw-overstijgend: vanaf 17 november zijn álle normen voor de bouw én brandveiligheid van gebouwen kosteloos in te zien via NEN Connect.

Ook met deze maatregel wil het kabinet de woningbouw een impuls geven. ‘Woningbouw is te complex geworden door alle regels, procedures en stijgende kosten’, aldus minister Mona Keijzer van Wonen. Tegen die complexiteit komt het kabinet nu in het geweer door niet alleen de woningbouw-gerelateerde normen, maar álle normen die worden aangestuurd door het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), gratis toegankelijk te maken. Dat maakt ’t er voor de ontwerp- en bouwpraktijk gemakkelijker op, meent het kabinet. Immers, bij veel woningbouwprojecten zijn ook normen voor utiliteitsbouw van toepassing, bijvoorbeeld als het gebouw ook niet-woonfuncties gaat vervullen.

Tot de collectie ‘gratis ter inzage’ behoren onder meer de normenserie NEN-EN 1993 (Eurocode 3) met regels voor het ontwerpen van staalconstructies en de serie NEN-EN 1994 (Eurocode 4) voor staal-betonconstructies, inclusief de normdelen met regels voor de brandveiligheid (1993-1-2 en 1994-1-2).

  • Een volledig overzicht van alle normen die per 17 november vrij toegankelijk zijn, is hier te downloaden.
  • Een toelichting op de STOER-maatregelen van het kabinet vindt u op rijksoverheid.nl
  • Foto: renovatie en uitbreiding woongebouw Statenjachtstraat, Amsterdam (Van Schagen Architecten).

1 juli 2025

Schrijf u dan nú in voor de Staalbouwdag 2025. U bent dan tijdig verzekerd van gratis toegang tot het vakevenement voor de Nederlandse staalbouw, donderdag 9 oktober a.s. in het AFAS Theater in Leusden.

Inschrijven kan op registratie.staalbouwdag.nl. Na inschrijving ontvangt u op uw e-mailadres een toegangsbewijs met QR-code. Neem de mail (geprint of op uw mobiel) mee naar de Staalbouwdag.

Ook dit jaar geeft de Staalbouwdag u weer zicht en inzicht in de belangrijke ontwikkelingen en trends in en voor het (her)gebruik van staal in de bouw en infrastructuur. Hiertoe heeft Bouwen met Staal een dagvullend programma in petto, met plenair congres, breakoutsessies, de Hackathon@Staalbouwdag en de vakbeurs met presentaties van producten en diensten van ruim 50 bedrijven en organisaties.

Op de hoofdsite van het evenement – www.staalbouwdag.nl – kunt u al kennismaken met de voorlopige programma’s van het congres, de breakoutsessie architectuur en de Hackathon@Staalbouwdag. Daar komen nog bij de breakoutsessie Construeren, i.s.m. met Technische Commissies van Bouwen met Staal, en de 2025-editie van de jaarlijkse Kennis- en netwerksessie van het Platform Staalframebouw.

Ook biedt de site u alle praktische informatie voor uw bezoek en een overzicht van de exposanten die u op de vakbeurs kunt ontmoeten.

10 juni 2025

Infosteel en Bouwen met Staal geven het startsein aan de 2025-editie van de BeNeLux Steel Bridge Contest. Vanaf vandaag kunt u uw brugprojecten, voltooid tussen januari 2023 en juli 2025, hier aanmelden voor deelname.

Met de tweejaarlijkse BeNeLux Steel Bridge Contest willen Infosteel en Bouwen met Staal opdrachtgevers, architecten, constructeurs, staalbouwers en andere projectpartners enthousiast maken voor (intelligente) toepassingen van staal- en staal-beton in de infrastructuur. Hierbij draait ’t specifiek om bruggen, nieuw of gerenoveerd en vast en/of beweegbaar.

De wedstrijd beleefde in 2023 haar eerste editie. Deelname aan de tweede aflevering, 2025, staat open voor bruggen die tussen januari 2023 en juli 2025 zijn opgeleverd of in gebruik genomen. U kunt uw projecten hier aanmelden. Na aanmelden ontvangt u alle verdere informatie voor het indienen van het project.

Aan het aantal inzendingen zit geen maximum. Inzendingen doen mee in een van de twee categorieën:

  • weg- en spoorbruggen (met al dan niet inbegrepen voetgangers- en fietsstroken of delen);
  • fiets- en voetgangersbruggen (met inbegrip van uitbreiding van bestaande bruggen met fiets- en voetgangersstroken).

Binnen elke categorie worden de inzendingen ingedeeld in één van de vier regio’s van herkomst van het project: België, Nederland, Luxemburg of ‘internationaal’. Bruggen in het buitenland komen ook in aanmerking voor deelname (in de regio ‘internationaal’), als ze zijn ontworpen en/of gefabriceerd in België, Nederland of Luxemburg.

Winnaar van de BeNeLux Steel Bridge Contest in 2023, in de categorie Verkeersbruggen: Brigandsbrug, Ingelmunster (B.) (Ney & Partners, Victor Buyck Steel Construction).

De BeNeLux Steel Bridge Contest 2025 wordt georganiseerd door Bouwen met Staal en Infosteel en is een van de tastbare samenwerkingsverbanden tussen beide organisaties.