Ook Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen later van kracht

Al eerder is de invoering van de Omgevingswet uitgesteld. Datzelfde geldt nu ook voor de Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen. Dat heeft alles met elkaar te maken.

Invoering van de Omgevingswet, aanvankelijk voorzien op 1 januari 2021, is tot nader order uitgesteld vanwege de coronacrisis en diverse ICT-kwesties. Hierdoor is de Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen (WKB) eenzelfde lot beschoren. Het bestuursakkoord van het Rijk en de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) bepaalt namelijk dat de beide wetten gelijktijdig in werking dienen te treden. Het bestuursakkoord was 14 mei vorig jaar een belangrijke reden voor de Eerste Kamer om de WKB te fiatteren.

In het akkoord heeft de VNG enkele waarborgen laten opnemen voor een soepele invoering en doeltreffende inzet van de WKB. Het nieuwe stelsel van private kwaliteitsborging mag pas uit de steigers als voldoende (private) kwaliteitsborgers beschikbaar zijn, de toelatingsorganisatie kwaliteitsborging bouw (TO) is opgericht én de ICT bij zowel het Rijk als de gemeenten op orde is.

Ook moet de betrouwbaarheid en robuustheid van het stelsel nog aan de tand worden gevoeld door er proefprojecten mee te draaien. In deze projecten kunnen de verschillende disciplines (aannemer, gemeente en private borger) ervaring opdoen in informatie-uitwisseling en samenwerking in alle fasen van het bouwproces. Daarnaast brengen de proefprojecten eventuele onvolkomenheden van het stelsel aan het licht. Om vast te stellen of de WKB toepasbaar is op alle bouwopgaven, worden zoveel mogelijk verschillende typen bouwprojecten en -trajecten beproefd.

Voor wie ’t nog niet weet of ‘t even is ontschoten: de Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen heeft tot doel de kwaliteit van het bouwen en het toezicht daarop te verbeteren door private kwaliteitsborgers in te schakelen. Ook dient de wet te leiden tot een sterkere, meer beschermde positie van de opdrachtgever. Daartoe wordt de aansprakelijkheid van aannemers ten opzichte van particuliere en professionele opdrachtgevers uitgebreid.

Om die doelen te bereiken, wordt het proces van de vergunningverlening gesplitst in een ruimtelijke en een bouwtechnische component. Het ruimtelijke bestanddeel omvat de toetsing van het bouwplan aan omgevingsplan en -veiligheid. Die beoordeling is aan de gemeente. Het bouwtechnische deel bestaat uit een toetsing in de praktijk op het bouwwerk zoals gebouwd. Deze praktijkbeoordeling komt dan in de plaats van de beoordeling van het bouwplan ‘op papier’.

De vergunninghouder wordt verplicht een onafhankelijke, private kwaliteitsborger in de arm te nemen. Deze functionaris dient tijdens de uitvoering te toetsen op conformiteit met de bouwtechnische voorschriften uit het Bouwbesluit. Het Bouwbesluit 2021 wordt overigens bij inwerkingtreding van de Omgevingswet opgevolgd door het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).

De private toetser dient een verklaring van conformiteit af te geven die als voorwaarde gaat gelden voor de ingebruikname. Met de komst van de private kwaliteitsborger verdwijnt het ‘traditionele’ bouw- en woningtoezicht bij de gemeenten. De gemeente blijft echter fungeren als het bevoegd gezag en blijft ook verantwoordelijk voor het toezicht op de bestaande bouw.

Het is de bedoeling dat de wet gefaseerd ingaat. De wet wordt allereerst van kracht voor gebouwen in gevolgklasse 1, waaronder grondgebonden woningen en relatief eenvoudige bedrijfsgebouwen van maximaal twee bouwlagen. Daarna volgen stapsgewijs de steeds meer complexe gebouwen. Het verantwoordelijke Ministerie van Binnenlandse Zaken is voornemens om vóór aankomende zomer een besluit te nemen over de uiteindelijke inwerkingtreding van de WKB.

  • Foto: Loopbrug Polaris, Schiphol-Oost (Ector Hoogstad Architecten, © Octatube).