‘De voorkeur voor STAAL verbaast me geenszins.’ René Duifhuizen
René Duifhuizen,
projectmanager stadsbrug 'De Oversteek', Gemeente Nijmegen

René Duifhuizen (1955) is projectmanager van De Oversteek, de nieuwe verkeersbrug over de Waal bij Nijmegen. René werkt sinds 1985 bij de Gemeente Nijmegen, aanvankelijk als planoloog/onderzoeker. Bedrijventerreinen en een nieuwe woonwijk vormden zijn eerste ‘vingeroefeningen als projectleider. Maar al snel kwam hij in aanraking met het infra-project de 'Snelbinder'. Dit project, opgetuigd met ProRail, voorzag de spoorbrug over de Waal van een nieuwe fietsbrug, letterlijk tegen de bestaande brug aangebouwd. Movares maakte het ontwerp en het bestek dat werd gegund via een officiële aanbesteding. Een 'goede leerschool voor de Oversteek', noemt René het zelf. Het proces van de Snelbinder verliep niet altijd even vlekkeloos, maar de fietsverbinding is – al sinds de oplevering in 2004 – de trots van de Nijmegenaren. ‘De Oversteek moet’, vindt René, ‘de positieve optelsom zijn van die trots én een beheersbaar bouwproces’.



Delen via

René Duifhuizen

René Duifhuizen is vanaf het begin betrokken bij de ontwikkeling van De Oversteek, de nieuwe stadsbrug van Nijmegen. Niets voor niets verwijst de naam van de nieuwe brug naar de gedenkwaardige oversteek van de Waal tijdens de operatie Market Garden in 1944. De oudste ideeën voor de brug gaan terug naar de jaren '70. Begin 2001 kwamen hernieuwde plannen op tafel, onder de werktitel 'Tweede Oeververbinding'.

‘De uiteindelijke materiaalkeuze was het resultaat van het ontwerpproces van de aannemer, waarbij de juiste mix is gevonden van beeldkwaliteit en onderhoudsongevoeligheid.

Duifhuizen: ‘Het project is uitgevoerd op basis van een DB&M-contract (Design, Build & Maintain) met een vrijwel unieke onderhoudsperiode van 25 jaar. Die periode is ingezet als prikkel om de brug ook werkelijk onderhoudsarm te ontwikkelen. De aanbesteding – met voor gemeenten nog ongebruikelijke EMVI-criteria (Economisch Meest Voordelige Inschrijving) – honoreerde óók een duidelijke berekening van de onderhoudskosten over honderd jaar. Hiermee waren extra punten te verdienen. Op de aanbesteding hebben zeven partijen ingeschreven. Met vier geselecteerde combinaties daarvan is de gemeente een ‘concurrentiegerichte dialoog’ aangegaan.’

‘Onder de ‘fixed price’ van 140 miljoen Euro vallen álle ontwerp- en uitvoeringswerkzaamheden, tot en met bankjes en terreininrichting.’

 ‘Een ontwerp was niet van te voren vastgelegd. Het was een typologievrije aanbesteding. Er waren wel beeld-kwaliteitsambities op vier aspecten. Op elk van deze aspecten moest een minimale score van 50% worden gehaald.

Het budget was vooraf bekend: € 140 miljoen, een fixed price. Wel konden risico’s worden af- of ingekocht. Van die mogelijkheid is ook gebruik gemaakt, bijvoorbeeld voor enige rek in de planning. Zo wilde een bedrijf zijn pand bij het landhoofd niet verkopen. Dat kan dan uitlopen op een langdurige onteigeningsprocedure. Ook staat verderop een palingkwekerij. Paling blijkt zeer gevoelig te zijn voor trillingen, van hevige trillingen kunnen ze ‘schier’ worden; ze stoppen met eten. In hoeverre kun je dit een aannemer kwalijk nemen? Zoals afgesproken tijdens de ‘dialoog’, delen we dat risico fifty-fifty.’

‘Het budget van € 140 miljoen was een vast gegeven. Hieronder vallen álle ontwerp- en uitvoeringswerkzaamheden: de brug, de aanbruggen, de aansluitende voorzieningen op de brug zoals openbare verlichting en geluidschermen, maar ook alle bankjes en de terreininrichting.’

‘Bij het ontwerp moest de maakbaarheid worden meegenomen, inclusief tijdelijke bouwlocatie. Dus: ontwerp+maakbaarheid+onderhoud en dat in één hand.’

De vier partijen – steeds een combinatie van architect, een of meerdere aannemers en een of meerdere constructeurs – konden met een eigen ontwerp inschrijven. Duifhuizen: ‘Naast het winnend ontwerp werden twee kleinere boogbruggen en één tuibrug ingediend. De grootte van de overspanning was ook vrij, maar bij het ontwerp dienden wel de maakbaarheid (en de lengte) van de brug te worden meegenomen, inclusief de tijdelijke bouwlocatie op een nieuw opgespoten eiland in de Waal. Met andere woorden: ontwerp plus maakbaarheid mét onderhoud en dat in één hand.’

‘Zelfs kastjes en (nood)verlichting worden niet aan het toeval overgelaten.’

‘Voor het onderhoud was natuurlijk al een budget ingecalculeerd, op basis van ervaringscijfers 0,5 tot 1% van de investeringssom per jaar. Bij de stadsbrug komt dat neer op een maximaal bedrag voor 25 jaar van € 32,75 miljoen. Het onderhoud is voor de helft van dit bedrag gegund.’

Om te beoordelen of de onderhoudskosten reeel zijn, is een expertteam ingesteld onder voorzitterschap van Jan Brouwer: architect, voormalig BNA-voorzitter en Rijksadviseur Infrastructuur, en inmiddels 77 jaar. ‘Maar nog altijd zeer secuur.’, aldus Duifhuizen, ‘Zelfs kastjes en (nood)verlichting worden niet aan het toeval overgelaten. Ook al is toeval vrijwel uitgesloten met ontwerpers als Laurent Ney en Chris Poulissen (Ney+Partners). Dat zijn integrale ontwerpers pur sang.’

‘De voorkeur voor staal verbaast me geenszins.’

Van de vier brugontwerpen waren twee bedacht in staal, één in beton en één (de tuibrug) in staal-beton. ‘De voorkeur voor staal verbaast me geenszins. In juli 2008 is al een typologisch vooronderzoek verricht. Betonnen kokerliggers zouden het waarschijnlijk niet worden; niet zozeer vanwege eventuele constructieve beperkingen, maar vanwege de beeldkwaliteit. Een tuibrug lag meer voor de hand vanwege de relatief korte bouwtijd. De boogbrug van Ney-Poulissen heeft niet alleen gewonnen omdat ‘t een uiterste slanke stalen brug is, maar ook door de binnenstedelijk aanblik van de aanbruggen in beton met bakstenen bekleding. Met bakstenen is Nijmegen groot geworden. De stenen voor De Oversteek zijn in de omgeving gebakken, met Betuwse klei.’

‘De uiteindelijke materiaalkeuze was het resultaat van het ontwerpproces van de aannemer, waarbij de juiste mix is gevonden van beeldkwaliteit en onderhoudsongevoeligheid. Dat leidde tot diverse innovaties, zoals het gebruik van schuimbeton voor de aanbruggen en hogesterktestaal (S690) voor de hoofdoverspanning. S690 is nog niet echt ingeburgerd, maar dat maakt het werken aan deze brug weer extra speciaal. Een project met ambities dat zich lijkt waar te maken’.

De Oversteek wordt naar verwachting op 1 november 2013 opgeleverd.

(Redactie: Marco Pauw, Bouwen met Staal.)