Busterminal Schiphol-Noord

Luchthaven Schiphol is verrijkt met een modern busstation in een historische hangar. Deze ‘T2’-hangar werd in 1942 in Engeland gebouwd. Daar deed de staalconstructie tijdens de Tweede Wereldoorlog dienst als tijdelijke, verplaatsbare terminal. In 1958 werd de hangar aangekocht door de gemeente Rotterdam, gedemonteerd, getransporteerd en opnieuw opgebouwd op vliegveld Zestienhoven.

Voor de nieuwe busterminal op het OV-knooppunt Schiphol Noord vroeg Schiphol Real Estate aan Claessens Erdmann architects en designers om de opties van hergebruik van de hangar te bestuderen. De staalconstructie lag inmiddels al jaren in gedemonteerde toestand opgeslagen in een donkere hal.

Derde leven

De authentieke constructie van stalen spanten bleek zich prima voor hergebruik te lenen. ‘De hangar was 73 m lang en 37 m breed, eigenlijk te klein om als busterminal te fungeren’, stelt Freek Claessens van het architectenbureau. ‘Daarop hebben we de constructie als een harmonica uit elkaar getrokken door de hart-op-hart afstanden van de spanten te vergroten. Dat is mede mogelijk door toepassing van lichtgewicht, translucente acrylplaten op het dak. De voormalige hangar is nu 100 m lang, voldoende voor twee rijen van vier bushaltes achter elkaar.’

Authentiek

Aannemer Heijmans nam Aa-Dee Machinefabriek Staalbouw Nederland in de arm om de oude constructiedelen te inspecteren, waar nodig te repareren, te modificeren en opnieuw te conserveren. ‘Op het eerste gezicht leken de kolommen en liggers in redelijke conditie’, aldus Reyndert van Aspert van Aa-Dee. ‘Voor nadere inspectie hebben we ze naar onze werf in Schijndel gebracht. Insteek was om de constructie zoveel mogelijk authentiek te laten. Slechte delen, waaronder veel bouten, zijn vervangen maar deukjes in het staal die constructief gezien geen invloed hebben, zijn blijven zitten. Na het stralen zijn de constructiedelen drie keer gespoten in een roodbruine kleur, vergelijkbaar met de oude meniekleur.’ Op de nieuwe locatie is de constructie binnen twee weken gemonteerd.

Lichtgewicht

De oorspronkelijke constructie weegt slechts 150 ton en bezit geen windverbanden. Om de constructie in zijn nieuwe configuratie, met grotere overspanningen, overeind te houden, heeft Aa-Dee op drie plaatsen windbokken geplaatst en zo’n 365 Willemsankers aangebracht. Zo’n 1,5 km. aan raatliggers is toegevoegd als gordingen op de dakspanten. Al het nieuwe staal is herkenbaar aan de grijze kleur, in contrast met het roodbruin van de bestaande delen. De busterminal telt nu 24 stramienen met 48 kolommen van 7 m lang en 48 dakspanten van 18 m.

Sfeervol energieneutraal

De overkapping is voorzien van 138 armaturen met LED-lampen voor de functionele verlichting van het perron en het sfeervol aanlichten van het translucente dak. De individueel aan te sturen RGB LED-lampen kunnen allerlei kleuren aannemen waardoor verschillende lichteffecten mogelijk zijn. De benodigde energie voor de verlichting en andere installaties wordt geleverd door 22 clusters van 20 zonnepanelen op de beide schuine dakvlakken. Hiermee is de terminal – behalve inspirerend voorbeeld van hergebruik – tevens energieneutraal. Het busstation is compleet met een chauffeursloge en drie nieuwe varianten op de Schipholbank, eveneens ontworpen door Claessens Erdmann.

Projectgegevens

Locatie: Luchthaven Schiphol • Oplevering: mei 2015 • Opdracht: Schiphol Group • Projectontwikkeling: Schiphol Real Estate • Architectuur: Claessens Erdmann architects en designers • Hoofduitvoering: Heijmans • Staalbouw: Aa-Dee Machinefabriek Staalbouw Nederland • Constructief advies: Royal HaskoningDHV • YouTube-video • Foto’s: Claessens Erdmann, Luis Monteiro, Heijmans, Aa-Dee, Paul van den Berg, Roeland Koning, RTV Noord-Holland • Redactie: Arend Dolsma (Bouwen met Staal), februari 2016

Delen via